Binnenwerk: Huis voor de paus

Door Sanne Dijkgraaf

Utrecht is rijk aan verstopte (en minder verstopte) pareltjes. Paushuize aan de kromme Nieuwegracht is daar absoluut één van. Speciaal verbouwd voor de enige paus die Nederland gekend heeft, al heeft hij het zelf helaas nooit mogen zien. Een binnenkijkje in één van de oudste monumenten van Utrecht.

Adriaen Floriszoon Boeyens (1459-1523), geboren aan de Brandsteeg bij de Oude gracht, was de zoon van een timmerman en schijnbaar niet onbemiddeld. Hij ging naar school in Utrecht, studeerde in Zwolle en later in Leuven. Hij promoveerde en werd professor in Leuven. Eerder al werd hij als priester gewijd en in 1490 als kanunnik van de St. Pieter in Leuven. Het lijkt duidelijk dat Adriaen een reizende ster was die men aan zich wilde binden. Naast een indrukwekkend aantal bijbanen werkte hij als docent, rector magnificus en Kanselier van de universiteit. In 1507 werd hij door keizer Maximilliaan I aangesteld als pedagoog en leermeester van diens kleinzoon. De toen zevenjarige hertog van Oostenrijk zou later keizer Karel V worden.

“Zelfs als ik paus word”

In 1512 waren Adriaen en Karel zo goed bevriend geraakt dat hij de raadsheer van Karel werd. Hij raakte betrokken bij de politieke besluitvorming van de twaalfjarige vorst van zowel Oostenrijk als Napels. Adriaen werd met kardinaal Ximenez naar Spanje gestuurd om Karels opvolging daar zeker te stellen en vanaf 1516 werden zij samen ingezet als regeringsleiders van Spanje. Adriaen werd benoemd tot bisschop van Tortosa en in 1517 werd hij kardinaal en gaf hij opdracht voor de koop en grondige renovatie van het huis in zijn geboortestad. Hij schreef een brief aan een vriend waarin hij vertelde dat hij af en toe in zijn nieuwe huis in Utrecht wou gaan wonen, en voegde daar grappend aan toe “zelfs als ik ooit paus word”.

In december 1521 werd dit waarheid en koos de Rooms Katholieke Kerk Adriaen als de nieuwe paus en een jaar later hield hij zijn intocht in Rome als Adrianus VI. De eerste en enige Nederlandse paus stierf niet veel later in 1523 op 64-jarige leeftijd. Het huis heeft hij zelf nooit gezien. Het werd na zijn dood door de inwoners van Utrecht ‘Paushuize’ genoemd.

Vandaag de dag is het monument, na vele eigenaren en verbouwingen, eigendom van de Gemeente en kun je er als bezoeker iedere laatste zondag van de maand een kijkje nemen. Gelukkig maar, want wat een bijzonder stukje geschiedenis vind je in dit pand.

De Salons

De Adrianus salon is ingericht ter herinnering aan de naamgever van Paushuize. De schilderijen in deze zaal illustreren zijn verhaal. De vijf schilderijen zijn gemaakt door D. van Nijmegen tussen 1750 en 1774, lang na het leven van Adriaen. Van Nijmegen heeft zich voor het portret waarschijnlijk laten inspireren door het portret dat Jan van Scorel van Adriaen maakte en dat in Leuven hangt. De afbeeldingen zijn geromantiseerd en niet helemaal naar waarheid. Zo zie je op de achtergrond van zijn portret de St. Pieter in Rome, die in de tijd van Adrianus nog helemaal niet bestond. Dirk van Beek, tegenwoordig werkzaam bij Oostendorp Interieur- en Meubelstoffering, was tijdens de renovatie verantwoordelijk voor de stoffering van de drie aansluitende salons. De Adrianus salon is volgens hem de meest bijzondere qua stoffering. “De haard is uit de periode begin Lodewijk XV en die was leidend voor de stoffering van de rest van de salon”. Het meest bijzondere aan deze zaal is het gebruik van koperdrukgravure waarmee het patroon tot stand is gekomen. Een techniek die volgens Van Beek zo’n vijftig jaar kwijt is geweest, tot een jonge Fransman het een jaar of tien geleden herontdekte. “Niemand wist eigenlijk meer hoe het moest. Het is een enorm tijdrovende klus en wordt volledig handmatig uitgevoerd”. De lambrequins (de ‘kap’ aan de bovenkant van de gordijnen) zijn precies gemaakt zoals bedacht was op de schetsen die bewaard zijn gebleven.

De Hortense salon was in de 16e eeuw de grote zaal en vormde een soort kleine ridderzaal. De salon is ingericht naar mode van rond 1800 ingericht en aan de muur hangen Piranesi’s, gravures van monumenten in en om Rome. Tegenwoordig is deze salon qua kleurstelling een groot contrast met de twee ernaast liggende salons. Volgens Van Beek is bij de stoffering van deze ruimte rekening gehouden met de vrouwelijke bewoonster naar wie de salon is vernoemd. “In de periode van Lodewijk XVI, waar de schouw in deze ruimte uit dateert, waren de stoffen vaak streng en mannelijk. We wilden bij de renovatie rekening houden met Hortense en dus voor een wat meer vrouwelijke benadering kiezen met de zachte groene kleur”. Het patroon is speciaal voor deze salon gemaakt, wat heel bijzonder is.

De van Tuyll salon is tegenwoordig het kantoor van de commissaris van de Koningin, al wordt het alleen voor speciale gelegenheden gebruikt. Vroeger werden er burgemeesters en commissarissen van politie beëdigd. De portretten die in de salon staan en hangen zijn afbeeldingen van mensen die Utrecht hebben geregeerd en de schouw komt uit de 16e eeuw. De wandstoffering heeft een ingetogen karakter, wat voor die tijd typerend was. Volgens Van Beek is ook hier weer de haard als uitgangspunt gebruikt. “Het bijzondere houtsnijwerk op de schouw was leidend voor de stoffering en de bijzondere lambrisering.”

De Soete salon toont een aantal schilderijen van Pieter Jan van Liender die onderdeel zijn van een serie van negen. Ze komen uit de regentenkamer van het Diaconie Weeshuis der Nederduitsch Hervormde Gemeente aan de Breedstraat en zijn rond 1760 gemaakt. Het zijn fantasielandschappen met daarin Utrechtse gebouwen zoals de Domtoren en de Jacobikerk.

Balzaal

Vanaf 1830 werd de indrukwekkende Balzaal gebouwd als statenzaal en gebruikt als vergaderzaal en voor recepties en feesten. In 1954 is de zaal grondig verbouwd en werd alles wit geschilderd, hier en daar behangen en werden er spiegels geplaatst. Bij de restauratie bleek dat de oorspronkelijke inrichting en schildering te restaureren of reconstrueren was. Restauratoren Peter Dijkman en Claudia Junge hebben aan de hand van blootgelegde stukken muur en foto’s uit 1915 en zelfs 1890 de schilderingen kunnen traceren. Volgens Reinoud Prince van der Aa, projectleider tijdens de renovatie, zijn er heel wat gesprekken en vergaderingen met alle betrokken partijen aan vooraf gegaan. “De balzaal was een enorme ingreep. Bij zoiets heb je een opdrachtgever als de Provincie Utrecht, die in de buidel kan tasten, echt nodig. Uitgangspunt was om samenhang te creëren, juist met de schilderijen en meubels in de ruimte.” Volgens Prince van der Aa is het belangrijk om met een dergelijk project vanuit de inhoud kansen te zien. “De schilderingen zijn neo-Pompeïaans en gebaseerd op de fresco’s die waren gevonden in de Villa del Fiori in Pompeï. Het is de enige zaal in Nederland met dergelijke authentieke 19e -eeuwse beschilderingen.” De kroonluchters zijn in 1840 speciaal voor de zaal gemaakt. Vroeger werd de balzaal gebruikt voor bruiloften. Zo trouwden Bernard van Oranje Nassau hier met Annette Sekrève in 2000. In de toekomst zal deze ruimte weer voor trouwerijen gebruikt worden.

Kelder en keukens

Onderaan de trap van de kelder zijn bij opgravingen restanten van de noordelijke traptoren gevonden. Deze toren hoorde bij het oorspronkelijke huis van Adriaen en was in de loop van de eeuwen verdwenen en gebruikt als fundament voor latere uitbreidingen van het huis. Bij de restauratie is hij teruggevonden en zijn er ook bij verdere opgravingen Romeinse resten gevonden. Door de kelder wandelend kom je bij de keukens. In de toren zat de wc, vroeger latrine genoemd, die uitkwam in een beerput. In de eerste keuken zie je nog een stuk van het riool waar het regenwater de rommel wegspoelde naar de gracht. Ook is hier de 18e -eeuwse wijnkelder en het luik naar de Adrianus salon. In de tweede keuken staan twee natuurstenen koelers uit de 16e-eeuw die werden gevuld met water of ijs om dingen in koel te houden. Er staat een trap die uitkomt op een muur. Vroeger liep die naar de hal en werd vanuit daar de Soete salon bedient. In het midden van de tweede keuken zie je een bouwkundig meesterwerkje. Het lijkt alsof er een pilaar mist en deze boog niet helemaal klopt. Dat is echter niet zo. De boog overspant een grotere ruimte en hangt aan de sluitsteen.